Onze Hans is hoogbegaafd, en buschauffeur

ECHA-student Anita Wuestman 
Datum verslag 3 juni 2008
Relevante setting Onze Hans is hoogbegaafd, en buschauffeur
Datum 7 februari 2008,  De Flint Amersfoort
Sprekers en titel presentatie Prof. Dr. T. Kieboom: Wordt hoogbegaafdheid bepaald door de intelligentietest?
Dr. W.A.M. Peters:  Hoogbegaafde onderpresteerders
Prof. Dr. R.J. van der Gaag: Autisme; van Savant tot partieel hoogbegaafd
Dr. W.A.M. Peters: Hoogbegaafd of autistisch of allebei?
Dr. D. Slaats-Willemse: ADHD en begaafdheid: neuropsychologische diagnostiek en behandeling
Mw. D. Joppe: Dyslexie: de invloed van remedial teaching op hersenfuncties bij het hoogbegaafde kind
Prof. Dr. J. Jolles: Talent-ontwikkeling, leerproblemen en beleving

 Onderzoeksvraag:

Gaan hoogbegaafdheid en autisme hand in hand?

Aanleiding:

Als telefoniste van de landelijke telefoondienst van de oudervereniging Pharos krijg ik veel vragen van ouders.  Een groot deel van deze vragen betreft het verschil van mening tussen ouders en de basisschool over hoe het gedrag van hun kind te duiden is.

Veelal is het standpunt van de school dat het gedrag te duiden is als gedrag passend binnen het autistisch spectrum terwijl ouders hetzelfde gedrag toeschrijven aan hoogbegaafdheid.

Ik beman de telefoon op maandagochtend en krijg dan gemiddeld 4 telefoontjes waarvan er 2 á 3 gaan over intelligente jongens met afwijkend gedrag. Op de basisschool.

Wat hebben de diverse sprekers hierover gemeld?

Prof. Dr. T. Kieboom:

Hoogbegaafden zijn sterk van geheugen, snel van begrip en creatief in het bedenken van oplossingen voor problemen.  Daarnaast:

  • Zijn zij perfectionistisch
  • Hebben ze een groot rechtvaardigheidsgevoel
  • Zijn kritisch ingesteld
  •  Zijn hypergevoelig; ook voor opmerkingen van anderen, geluiden, stemmingen of etiketjes in hun kleren.

Zij noemt dit het “zijnsluik”.  Hierdoor ervaren kinderen dat ze anders zijn dan andere kinderen en kunnen ze ook een probleem hebben met autoriteit.

Daarnaast heeft voor hoogbegaafden communicatie naar inhoud en niet naar vorm de voorkeur.

Niet voor alle hoogbegaafde kinderen is risicobereidheid een vanzelfsprekende vaardigheid; de onzekerheid aandurven iets te doen waarvan je (nog) niet weet of je het kunt.

Omdat veel hoogbegaafden moeite hebben met automatiseren is het voor hen ook moeilijk om routines aan te leren.

Dr. W.A.M. Peters:

Een diagnose vergemakkelijkt het communiceren tussen professionals over bepaald gedrag.  Daarnaast geeft een diagnose aanwijzingen voor behandeling.

Voor de persoon in kwestie kan een diagnose ook een erkenning zijn van de problemen die hij/zij dagelijks ondervindt.

Een diagnose is noodzakelijk om financiële bronnen aan te boren voor begeleiding thuis en/of op school.

Een goede diagnose wordt gesteld op basis van concreet waarneembaar gedrag binnen een bepaalde context.

Voor hoogbegaafde kinderen geldt dat waarneembaar gedrag op meerdere wijzen te duiden is.  Bijvoorbeeld: Een hb-kind voelt zich niet erkend en op het gemak in de klas en sluit zich af voor contact met klasgenoten. Dit kan gezien worden als een “contactstoornis” evenzogoed kan het gedrag een vorm van overleven zijn.  Het probleem zit dan niet zozeer in het kind als wel in de omgeving.

Bij hoogbegaafde kinderen treden soms ‘asynchronieën’ op; een ontwikkelingsgebied is veel sterker ontwikkeld dan andere. Zo kan, bijvoorbeeld, een sterk ontwikkeld logisch-redeneervermogen leiden tot de veronderstelling dat ook gedrag van andere kinderen logisch, doordacht en niet zonder reden is. Een toevallige por van een klasgenoot krijgt dan ineens een andere lading.

W. Peters: ‘Een belangrijk criterium bij de vaststelling of pathologisch gedrag echt bij een pathologische conditie hoort, is de vraag of het gedrag situatiespecifiek is’.

Het kan goed voorkomen dat een kind met weinig tot geen aansluiting in de klas communicatief vaardig en open blijkt te zijn tussen ontwikkelingsgelijken (peers)

Overeenkomsten tussen hoogbegaafdheid en het Syndroom van Asperger:

  • Uitstekend geheugen voor feiten en gebeurtenissen.
  • Opvallend vermogen om zich verbaal uit te uiten op een manier die als vroegwijs wordt ervaren.
  • Aanhoudend vragen en doorvragen.
  • Gevoeligheid voor diverse soorten prikkels.
  • Op jonge leeftijd moeite met het verschil tussen ‘eerlijk’ en ‘tactisch’.
  • Kunnen zich vastbijten in een onderwerp dat hun interesse heeft.

Verschillen tussen hoogbegaafdheid en het Syndroom van Asperger:

  • Een hoogbegaafd kind zal in de interactie met peers adequaat gedrag vertonen.
  • Een hoogbegaafd kind heeft inzicht in sociale situaties en emoties van anderen.
  • Een hoogbegaafd kind begrijpt grapjes.
  • Voor kinderen met het syndroom van Asperger geldt dit niet.

Prof. Dr. R.J. van der Gaag:

Een explosieve groei in het aantal diagnoses ASS (Autisme Spectrum Stoornis) wordt geconstateerd sinds de jaren ’80.

Waar wordt deze groei aan toegeschreven?  Relatie met BMR-vaccinatie (Bof Mazelen Rode hond) wordt tegengesproken door Japans onderzoek, waar men in de jaren ’90 is gestopt met BMR-vaccinatie. (T. Uchiyama, 2007).

Wordt de groei veroorzaakt door meer (h)erkenning of een epidemie?   Is de groei een gevolg van veranderingen in de maatschappij?

ASS heeft een neurale oorzaak met gedragsstoornissen als gevolg.  Ook al is er sprake van een neurale oorzaak het is geenszins zo dat er sprake is van een uitontwikkeld brein.

Kinderen zijn leerbaar, ook sociaal. Bovendien is er sprake van een gelaagde stoornis; een kind kan in meer of mindere mate voldoen aan de diagnostische criteria.

Er bestaat onder onderzoekers consensus over de neurologische basis;

  • verminderde dichtheid Purkinje neuronen in het cerebellum.
  • er is sprake van structurele afwijkingen in het limbisch systeem.
  • er is sprake van een kleiner corpus callosum.
  • disbalans bij neurologische verbindingen  (geen automatisering van veel gebruikte neurologische verbindingen waardoor alles ‘nieuw’ is  anita )

Dit uit zich in:

  • beïnvloeding van het intelligentie profiel.
  • aanpassingsvermogen in relatief nieuwe situaties en omgevingen.
  • cognitieve flexibiliteit.
  • executieve functies als plannen en organiseren.
  • achterwege blijven van inhibitie van neurologische verbindingen (Kleine initiële verbindingen blijven bestaan ipv een grovere structuur van ‘gebaande paden’  anita )

De visuele waarneming/oriëntatie  van kinderen met ASS wijkt af van de waarneming van kinderen zonder ASS.  Kinderen met ASS hebben meer oog voor details en zullen zich meer richten op de ‘zakelijke’ informatie dan op gezichten.

Ten aanzien van de begeleiding binnen het onderwijs merkt Prof. Van der Gaag op dat kinderen met ASS meer gebaat zijn bij een ‘passende prothese’ dan starre protocollen.

Conclusie

Uitgaand van waarneembaar gedrag in een enkele situatie is niet met zekerheid vast te stellen of het gedrag toegeschreven moet worden aan hoogbegaafdheid of autisme of een combinatie van beide.

De diagnostische criteria voor ASS (specifiek stoornis van Asperger) kunnen ook vanuit het perspectief van hoogbegaafdheid worden verklaard.

Terughoudendheid bij het stellen van een diagnose is noodzakelijk.

Mijn mening

Op basis van de informatie van de diverse sprekers voel ik mij gesterkt in mijn terughoudendheid ten aanzien van ‘stickers’ voor kinderen met gedragsproblemen.

Een diagnose kan leiden tot erkenning en begrip en adequate begeleiding voor een kind. Bovendien kan een diagnose financiële bronnen aanboren. Waardoor begeleiding voor meer kinderen, ouders en leerkrachten beschikbaar komt.

Echter, een diagnose ASS grijpt diep in de persoonlijkheid van een kind en is een ‘sticker’ dat je niet snel kwijtraakt.

Bovendien beïnvloedt de diagnose het referentiekader van de omgeving. Met name de, naar mijn idee, onjuiste aanname dat kinderen met ASS zich niet kunnen inleven in de gevoelens en emoties van anderen heeft het risico in zich dat de omgeving dat als een voldongen feit neemt. Terwijl kinderen met ASS zeker sociaalleerbaar zijn maar wellicht een tragere ontwikkeling doormaken en een minder hoog sociaalniveau bereiken.

Ik begrijp dat sommige ouders, leerkrachten en hulpverleners om pragmatische redenen kiezen voor een diagnose ASS. Deze diagnose maakt een ‘rugzakje’ of Persoonsgebonden budget (PGB) beschikbaar. Voor de begeleiding van hoogbegaafde kinderen is geen PGB of rugzakje beschikbaar, terwijl de begeleiding wel noodzakelijk is.

Ik ben er nog niet uit of er ook voor hoogbegaafdheid een ‘rugzakje’ of PGB zou moeten komen, of dat er minder ‘rugzakjes’ voor ASS zouden moeten worden toegekend.

Ik neig er naar te stellen dat:

  • Kinderen waarvan neurologisch is vastgesteld dat er sprake is van ASS over een ‘rugzakje’ of PGB moeten kunnen beschikken.  Waardoor een ‘passende prothese’ kan worden gemaakt.
  • Hoogbegaafde kinderen, binnen het regulier onderwijs, passend onderwijs moeten krijgen.  Waardoor ook zij een goede socialisatie doormaken en hun talent tot ontwikkeling kan komen.

Kanttekening:  Wellicht dat voor uitzonderlijke hoogbegaafde kinderen (Uitzonderlijk hoog IQ  en sterk afwijkende interesses) toch een ‘rugzakje’ of PGB beschikbaar zou moeten zijn.

Anita Wuestman

Juni 2008

Comments are closed.

© 2011 Hoog-begaafdheid.nl